Holla

Ook tweede klacht tegen dr. Frank niet ontvankelijk

De procedure bij het KNMG tegen dieetgoeroe dr. Frank heeft een vervolg gekregen. Thans is ook de tweede klacht afgewezen (lees hier het eerder verschenen artikel  ‘Klacht tegen dr. Frank niet ontvankelijk). Mr. Coen Verberne van Holla Advocaten trad op als advocaat van dr. Frank.

Nadat de Vereniging tegen de Kwakzalverij in april 2010 een klacht bij de KNMG had ingediend tegen dieetgoeroe dr. Frank heeft de Raad die klacht niet ontvankelijk verklaard omdat de arts die namens de vereniging klaagde niet als rechtstreeks belanghebbende bij de zaak waarover hij klaagde werd aangemerkt. In gevolge het reglement van de KNMG kan er alleen worden geklaagd door een arts die rechtstreeks belanghebbende is geweest bij een bepaalde behandeling. Artikel 4 lid 2 van het reglement tuchtrechtspraak KNMG laat echter de  mogelijkheid open om daarna de klacht alsnog voor te leggen in het geval het federatiebestuur van de KNMG gemotiveerd aangeeft dat naar het oordeel van het federatiebestuur sprake is van handelen dat zo ernstig is, dat het vertrouwen in of de waardigheid of belangen van de medische stand in het geding zijn. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als het algemeen belang van de beroepsgroep, de KNMG of de samenleving gebaat is bij een oordeel van de Raad.

Het federatiebestuur had de klacht doorgezonden met de zinsnede “daarmee is de beoordelingsruimte voor het federatiebestuur uitermate beperkt, zo niet bijna geheel afwezig. Het leidt welhaast onvermijdelijk tot de conclusie dat het federatiebestuur op dit punt niet veel anders kan dan als een automatisch doorgeefluik te functioneren.” Het federatiebestuur concludeert vervolgens geen redenen te zien om klager niet alsnog in de gelegenheid te stellen zijn klacht aan de Raad voor te leggen.

Namens dr. Frank is aangevoerd dat de doorzending van het federatiebestuur niet voldoet aan het reglement. Het besluit van het federatiebestuur voldoet niet aan de eisen die het reglement daaraan stelt doordat het niet gemotiveerd is. De tuchtraad van de KNMG volgt dat verweer. De Raad concludeert dat het besluit van het federatiebestuur in de onderhavige zaak niet voldoet aan de eisen die artikel 4 lid 2 van het reglement tuchtrechtspraak KNMG aan een dergelijk besluit stelt. De Raad oordeelt dat van een deugdelijk gemotiveerd besluit geen sprake is. Zulks dient te leiden tot niet ontvankelijkheid van klager.

Vervolgens heeft de Raad stilgestaan bij de vraag of het op basis van inhoudelijke beoordeling van de stukken en hetgeen ter zitting is verhandeld aannemelijk is dat sprake is van een zo ernstige schending van de gedragsregels of (overige) KNMG richtlijnen dat voornoemd formeel gebrek daardoor geacht moet worden te zijn gesauveerd. De Raad meent dat dit niet het geval is. Van een evidente schending van het door klager aangehaalde artikel 5 van de KNMG gedragsregels op grond waarvan publiciteit voor en door artsen feitelijk, controleerbaar en begrijpelijk moet zijn, lijkt, zo oordeelt de Raad geen sprake. Eveneens geeft de Raad aan dat zij in beginsel niet is toegerust voor de beoordeling van de professioneel of wetenschappelijke status van het dr. Frank-dieet. Het is ook de vraag of de beoordeling daarvan in een (verenigings-)tuchtrechtelijke procedure als de onderhavige behoort plaats te vinden. Wat hiervan ook zij ook op dit vlak doet zich evenmin zodanig evidentie voor dat het hiervoor besproken formele gebrek geacht moet worden te zijn gesauveerd.

Nu de commissie eerder had geoordeeld dat de uitgebreide publiciteit die er al voor deze zaak was geweest ertoe leidt dat de beslotenheid van de zitting wordt opgeheven zal de uitspraak niet geanonimiseerd ter publicatie worden aangeboden. Klager wordt niet ontvankelijk verklaard.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Coen Verberne van de sectie Gezondheidsrecht (T. 040 – 238 06 11, E: c.verberne@holla.nl).

Terug