Holla

Eerste Kamer stemt in met openbaarmaking van medische tuchtmaatregelen

Op 1 november 2011 is het wetsvoorstel, inzake de wijziging van de Wet op beroepen in de individuele gezondheidszorg, aanvaard door de Eerste Kamer. Deze wetswijziging betekent dat voortaan alle tuchtmaatregelen openbaar worden gemaakt, met uitzondering van de waarschuwing. Of het openbaar maken van de tuchtmaatregelen een goede manier is op weg naar meer keuze-informatie voor de patiënt blijft de vraag. Volgens mr. drs. Caroline van der Kolk-Heinsbroek van Holla Advocaten is het dan ook te hopen dat patiënten voldoende in staat zijn de maatregelen met bijbehorende motivering in de juiste context te plaatsen. Het gevaar schuilt hem in het feit dat burgers onvoldoende bekend zijn met de beredenering van het tuchtcollege achter de motivering voor het opleggen van een tuchtmaatregel. Het kan uiteindelijk toch niet de bedoeling zijn dat een patiënt een onervaren beginnend specialist, zonder geregistreerde tuchtmaatregelen, verkiest boven een zeer ervaren specialist, die ooit in zijn dertig jarige carrière eenmaal een berisping heeft gekregen, omdat hij bij het behandelen van een moeilijke casus een fout heeft gemaakt.  Mr. Coen Verberne: “Mijn inschatting is dat slechts weinigen het register zullen raadplegen en dat openbaarmaking nauwelijks zal bijdragen aan het maken van een keuze voor een goede hulpverlener”.

Lees hieronder het volledige artikel van mr. drs. Caroline van der Kolk-Heinsbroek en mr. Coen Verberne over het wetsvoorstel voor meer informatie.


Artikel: Eerste Kamer stemt in met openbaarmaking van medische tuchtmaatregelen

In zorgland is de behoefte ontstaan om als patiënt c.q. cliënt (waar het wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg van spreekt) een beredeneerde keuze te kunnen maken tussen verschillende zorgaanbieders. Naar aanleiding hiervan is het idee gelanceerd om opgelegde tuchtmaatregelen openbaar te maken in het BIG-register. Tijdens een uitzending van De Ombudsman in oktober 2010 is dit voorstel naar voren gekomen. Ook Minister Schippers is een voorstander van het openbaar maken van alle opgelegde tuchtmaatregelen. In maart 2011 bracht zij een eigen amendement uit bij een aanhangig voorstel tot wijziging van de Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg). Haar uiteindelijke amendement voorziet in een wetswijziging inhoudende dat alle maatregelen die aan ingeschrevenen door een tuchtcollege worden opgelegd, met uitzondering van de waarschuwing, aangetekend dienen te worden in het BIG-register. Het BIG-register is een online database waarin alle artsen en andere hulpverleners zijn opgenomen, te raadplegen via www.bigregister.nl.

De reden dat de minister de waarschuwing uitzondert, is dat er volgens haar bij een berisping sprake is van laakbaar gedrag en bij een waarschuwing niet. Ook zal bij iedere aantekening in het register de aard van het vergrijp worden beschreven indien dit bekend is en blijft de aantekening gedurende een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde termijn in het register aanwezig. Aangezien het register door iedereen te raadplegen is, worden de tuchtrechtelijke maatregelen voortaan openbaar. Of de openbaarmaking van de tuchtmaatregelen een goede zaak is wordt door verschillende partijen bekritiseerd. Prof. mr. dr. Buijsen (hoogleraar Recht & Gezondheidszorg) vraagt zich af waarom het ministerie van VWS waarde hecht aan de mogelijkheid voor burgers informatie in te winnen over door de tuchtrechter opgelegde niet-beroepsbeperkende maatregelen (TvGr 2011, (35) 6). Zijn conclusie is dat, blijkens de uitlatingen van de minister, de openbaar gemaakte tuchtmaatregelen de zorggebruiker behulpzaam moeten zijn bij het maken van een keuze voor een hulpverlener. Hij betwijfelt of die informatie zich daarvoor leent. Het tuchtrecht strekt er naar zijn mening toe de hulpverlener te disciplineren en niet tot het afgeven van een kwaliteitskeurmerk van ingeschrevenen. Ook de beroepsorganisatie KNMG is kritisch over de openbaarmaking van de tuchtmaatregelen. ‘Het op naam publiceren van lichtere maatregelen die geen gevolgen hebben voor de beroepsuitoefening zorgt echter voor onnodige onrust en schept een vertekend beeld over goede en minder goede artsen. Juist door het openbaar maken van dergelijke maatregelen kan het vertrouwen ten onrechte worden aangetast. Dat is niet in het belang van de patiënt.’ Ook de KNMG is dus van mening dat een openbare aantekening van opgelegde berispingen en geldboeten voor de patiënt geen zinvolle keuze-informatie is.

Het voorstel van de minister is op 1 november jl. door de Eerste Kamer als hamerstuk afgedaan. Dit houdt in dat niemand het woord wenste te voeren over dit wetsvoorstel en dat het zonder stemming door de Eerste Kamer is aanvaard. Wanneer de nieuwe bepalingen van de Wet BIG in werking zullen treden wordt nog nader bij koninklijk besluit bekend gemaakt.  Er komt dus openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen. Of het openbaar maken van lichtere tuchtmaatregelen een goede manier is op weg naar meer keuze-informatie voor de patiënt blijft de vraag. De uitspraken van de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg laten zien dat de tuchtcolleges een geheel eigen beredenering volgen in het belang dat zij toekennen aan de schending van bepaalde beroepsnormen. Deze beredenering is voor burgers niet altijd te begrijpen, omdat de gewone burger vaak niet kan bevatten waarom een arts een bepaalde maatregel opgelegd krijgt. Neem bijvoorbeeld de vergelijking tussen een arts die de gedragsregels aan zijn laars lapt en daardoor de zwaarste maatregel krijgt opgelegd, zijn titel verliest en uit het register wordt geschrapt, in vergelijking met een arts die een fout maakt met als gevolg dat de patiënt overlijdt en vervolgens alleen máár een waarschuwing krijgt. Dit is onbegrijpelijk voor de burger, aangezien zij het handelen van de arts niet louter alleen baseren op de schending van beroepsnormen. Nee, zij kijken juist naar de gevolgen die het handelen van de arts teweeg hebben gebracht en vinden dit vele malen belangrijker. Eén aantekening in het register kan dan ook leiden tot een vertekend beeld van een specialist, waardoor deze onterecht minder vaak geconsulteerd gaat worden in de toekomst. Desondanks kan de openbaarmaking wel behulpzaam zijn indien het een arts betreft die meerdere keren grote fouten heeft gemaakt. In deze gevallen is het zeer wenselijk dat patiënten c.q. cliënten hiervan op de hoogte zijn voor zij een consult aanvragen. “Het standpunt van de KNMG dat het niet in het belang is van de patiënt, gaat naar mijn mening dan ook niet altijd op,” aldus mr. drs. Caroline van der Kolk-Heinsbroek. Maar niet alleen patiënten c.q. cliënten kunnen kennis nemen van het register, ook werkgevers, instellingsbesturen en zorgverzekeraars staat het vrij het register te raadplegen. De vraag is dan ook of de schade die de ingeschrevene lijdt door de aantekening proportioneel is aan het doel dat men beoogt te bereiken door de openbaarmaking, namelijk de keuze-informatie voor de zorggebruiker. Al met al kan het uiteindelijk toch niet de bedoeling zijn dat een patiënt een onervaren beginnend specialist, zonder geregistreerde tuchtmaatregelen, verkiest boven een zeer ervaren specialist, die ooit in zijn dertig jarige carrière eenmaal een berisping heeft gekregen, omdat hij bij het behandelen van een moeilijke casus een fout heeft gemaakt. Het is dan ook te hopen dat patiënten c.q. cliënten voldoende in staat zijn de maatregelen met bijbehorende motivering in de juiste context te plaatsen en aan de hand van deze summiere informatie een beredeneerde keuze maken tussen de verschillende zorgaanbieders. “Mijn inschatting is dat slechts weinigen het register zullen raadplegen en dat openbaarmaking nauwelijks zal bijdragen aan het maken van een keuze voor een goede hulpverlener,” stelt mr. Coen Verberne van Holla Advocaten.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. drs. Caroline van der Kolk-Heinsbroek (T. 040-238 06 11, E. c.vanderkolk@holla.nl) of mr. Coen Verberne (T.040-238 06 11, E. c.verberne@holla.nl).   

Terug