De Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) wordt met ingang van 1 maart 2012 aangepast. In de WMCO staat dat een werkgever bij een voorgenomen ontslag van 20 of meer werknemers – binnen een tijdsbestek van 3 maanden – via UWV WERKbedrijf of de kantonrechter hiervan melding moet doen aan de vakbonden en UWV WERKbedrijf.
Opvallend is dat deze melding op basis van de huidige regeling niet hoeft plaats te vinden wanneer de werkgever tot beëindiging wil overgaan door middel van het sluiten van een beëindigingsovereenkomst, ook als dit meer dan 20 werknemers betreft.
Op 27 oktober 2011 is het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aangenomen. Hierin staat dat de werkgever een melding moet doen bij ontslag van 20 of meer werknemers, ongeachte de route (UWV, kantonrechter of beëindiging met wederzijds goedvinden) die de werkgever wil gaan volgen. Hiermee wordt recht gedaan aan het doel van de wet, namelijk dat vakbonden tijdig ingeschakeld kunnen worden bij een voorgenomen collectief ontslag, zodat gezamenlijk gesproken kan worden over de gevolgen daarvan voor de werknemers.
In het wetsvoorstel staat dat de arbeidsovereenkomst niet eerder door de werkgever kan worden opgezegd, door de kantonrechter kan worden ontbonden of middels een beëindigingsovereenkomst beëindigd kan worden, dan één maand nadat het voornemen tot collectief ontslag is gemeld aan UWV WERKbedrijf en de vakbonden. Dat hoeft niet wanneer er een verklaring is waaruit blijkt dat UWV WERKbedrijf en de vakbond zich kunnen verenigen met de beëindigingen.
De beëindigingsovereenkomst is vernietigbaar wanneer de melding niet wordt nageleefd op grond van de WMCO. De werknemer kan hierop binnen 6 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst een beroep doen. Wanneer de werkgever een verzoek tot ontbinding bij de kantonrechter indient, moet de kantonrechter zich ervan vergewissen of de WMCO van toepassing is en zo ja, of aan de verplichtingen die hieruit volgen is voldaan.
Op 15 november 2011 heeft de Eerste Kamer met het wetsvoorstel ingestemd. De wet is inmiddels gepubliceerd in het Staatsblad en treedt op 1 maart 2012 in werking. De werkgever zal derhalve vanaf 1 maart aanstaande nadrukkelijk in zijn verzoekschrift moeten opnemen of de WMCO van toepassing is, en zo ja, dat hij aan de verplichtingen uit deze wet heeft voldaan.
In dit wetsvoorstel wordt geregeld dat in alle gevallen een wachttijd in acht moet worden genomen van één maand voordat de arbeidsovereenkomst opgezegd of door middel van een beëindigingsovereenkomst beëindigd kan worden. Ook de kantonrechter zal een maand wachttijd in acht dienen te nemen voordat tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan worden over gegaan. Nu is het nog zo dat de wachttijd alleen geldt voor de UWV-procedure en niet voor de ontbindingsprocedure en de vaststellingsovereenkomst.
De belangrijkste reden dat dit wetsvoorstel nu snel door de Tweede en Eerste Kamer is geloodst, is dat het beëindigen met wederzijds goedvinden een steeds grotere vlucht neemt. De ontbindingsprocedure is in feite een reguliere beëindigingsroute geworden naast de UWV-procedure. Reden genoeg om de verplichtingen die volgen uit de WMCO gelijk te trekken voor de verschillende beëindigingsprocedures.
U kunt nog tot 1 maart aanstaande in geval van collectief ontslag onder de verplichtingen van de WMCO uitkomen door in overleg een beëindigingsovereenkomst met een aantal werknemers te sluiten. Maar vanaf die datum geldt dat in geval van collectief ontslag ook ontslagen die een werkgever middels een beëindigingsovereenkomst wil realiseren, onder de WMCO komen te vallen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Sanne Wuisman,
sectie Arbeidsrecht (T: (073) 616 11 00, E: s.wuisman@holla.nl).
U kunt ook contact opnemen met:
Tilburg: mr. Joost Wasser
(T: (073) 616 11 00, E: j.wasser@holla.nl)
Eindhoven: mr. Martijn Huisman
(T: (040) 238 06 00, E: m.huisman@holla.nl)


