Holla

Nieuwe WW

De belangrijkste wjiziging in de WW is de omschrijving van het begrip 'verwijtbaar werkloos worden'. Er kan geen sprake van verwijtbaar werkloos zijn als aan de beëindiging van de dienstbetrekking geen dringende reden ten grondslag ligt. In artikel 24 lid 2 WW staat per 1 oktober 2006 dat een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden indien aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van art. 7:678 BW (dat gaat over ontslag op staande voet) en de werknemer terzake een verwijt kan worden gemaakt.

Een andere belangrijke wijziging staat in lid 6 van artikel 24 WW waarin staat dat het niet voeren van verweer door de werknemer tegen de beëindiging van de dienstbetrekking of het instemmen met de beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van de werkgever niet tot verwijtbare werkloosheid leidt. Kort gezegd betekent dat dat een werknemer recht heeft op een WW-uitkering tenzij hij op staande voet ontslagen wordt of zelf ontslag neemt.

De werkgever en de werknemer kunnen een vaststellingsovereenkomst opstellen waarin zij overeenkomen dat op verzoek van de werkgever het dienstverband zal eindigen en de werknemer daarmee instemt. Het voeren van een pro forma-ontbindingsprocedure bij de kantonrechter is dan niet langer noodzakelijk. Artikel 24 lid 6 WW vermeldt dat een beschikking van de kantonrechter niet nodig is om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering.

De deur naar de WW wordt wijder opengezet, het wordt eenvoudiger om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering. De duur van de uitkering wordt echter sterk bekort van maximaal vijf jaar naar, na 1 oktober 2006, maximaal drie jaar en twee maanden. Per 1 oktober 2006 ontvangt de werkloze werknemer de eerste twee maanden 75% van het maximum dagloon en daarna 70% van het maximum dagloon. De werkloze werknemer komt hiervoor in aanmerking indien hij de laatste 36 weken minimaal 26 weken in loondienst heeft gewerkt voor minimaal vijf uur per week. Voldoet de werkloze werknemer vervolgens aan de arbeidsverledentoets dan komt hij in aanmerking voor een verlengde basisuitkering. De arbeidsverledentoets houdt in dat de werkloze werknemer de afgelopen vijf jaar minimaal vier jaar gewerkt moet hebben en wel over minstens 52 dagen in een jaar loon moet hebben ontvangen. Als de werkloze werknemer aan beide eisen voldoet, duurt de verlengde basisuitkering even lang als het concrete arbeidsverleden in jaren. De lengte van de WW-uitkering neemt dus flink af waardoor een werkloze werknemer sneller terechtkomt in een bijstandsuitkering of als het een oudere werknemer betreft, een uitkering op grond van de inkomensvoorziening oudere werkloze werknemers.

Het CWI en het UWV passen vanaf 1 januari 2007 de Poortwachterstoets toe. Zij maken met alle werklozen afspraken over het vinden van werk: de routeplanner naar werk, waarbij de persoonlijke kansen en mogelijkheden centraal staan. Elke werkloze werknemer krijgt een reïntegratiecoach toebedeeld die de werkloze zo snel mogelijk naar werk moet leiden.

Terug