Holla

Gelijke arbeid, gelijk loon?

Het Europese Hof van Justitie te Luxemburg heeft op 3 oktober jl. een nadere invulling gegeven aan het adagium 'gelijke arbeid, gelijk loon'. Uit het gewezen arrest volgt dat dit adagium niet zo 'hard' is als sommigen misschien denken.
De casus die tot het voornoemde arrest heeft geleid is de volgende: een 44-jarige Britse inspecteur voor de volksgezondheid klaagt er over dat zij minder verdient dan haar mannelijke collega's, terwijl zij wel dezelfde werkzaamheden verricht. De rechter die in hoger beroep moet oordelen in deze kwestie verzoekt het Hof een zogenaamde prejudiciële beslissing te nemen met betrekking tot de uitleg van artikel 141 EG.
Kort gezegd komt dit artikel er op neer dat mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid gelijk dienen te worden beloond. De beloning voor gelijke arbeid dient te worden vastgesteld op basis van eenzelfde maatstaf (bijvoorbeeld een systeem van werkclassificaties op basis van criteria die voor mannen en vrouwen eender zijn).
De werkneemster voert aan dat het hanteren van het criterium anciënniteit voor het vaststellen van de beloning nadelig (lees: discriminerend) is voor vrouwen, omdat die gemiddeld genomen een lager anciënniteit zouden hebben. Het Hof overweegt samengevat, met verwijzing naar eerdere arresten, als volgt:
Het Hof oordeelt dat het een legitiem doel van de werkgever is om beroepservaring, waardoor de werknemer beter in staat is de arbeid te verrichten, te belonen en dat het anciënniteitsbeginsel daar in de regel een geschikt criterium voor is. Met andere woorden, een werkgever mag in zijn loonbeleid objectieve criteria als de duur van het dienstverband meenemen bij vaststelling van de hoogte van de salariëring van individuele werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies. Voor werkgevers kan (zal) het immers van groot belang zijn (lees: een legitiem doel zijn) om meer ervaren werknemers 'binnen te houden'.
De werkgever hoeft niet speciaal aan te tonen dat toepassing van het anciënniteitbeginsel ook geschikt is om het belonen van beroepservaring te bereiken en er hoeft ook niet te worden aangetoond dat een individuele werknemer daadwerkelijk ervaring heeft opgedaan waardoor de werkzaamheden beter verricht konden worden. Een en ander zou anders kunnen zijn indien de werknemer gegevens verschaft waardoor ernstig getwijfeld kan worden aan het voorgaande.
Zo zal het dus mogelijk zijn om bijvoorbeeld een accountant met vijf jaar werkervaring beter te belonen dan een accountant met vier jaar werkervaring, ook al doen deze feitelijk dezelfde werkzaamheden. De 'fictie' zal zijn dat de accountant met vijf dienstjaren ook meer (beroeps) ervaring heeft en zodoende ook beter beloond mag worden. Hoewel voornoemd arrest formeel ziet op een verschil in beloning tussen mannen en vrouwen (anti discriminatie), mag worden aangenomen dat een dergelijk onderscheid, met dezelfde argumentatie, zeker ook gemaakt mag worden als de desbetreffende werknemers dezelfde sekse hebben.
De vraag die in de titel van deze bijdrage wordt weergegeven hoeft dan ook met de gebruikelijke nuancering, niet altijd bevestigend beantwoord te worden. Wat dat betreft geldt het 'Orwelliaanse' adagium: 'alle werknemers zijn gelijk, maar sommige werknemers zijn meer gelijk dan anderen'.

Terug