Holla

Werkgever niet aansprakelijk voor omvallende container

Werknemer is in dienst bij een groothandel in vers vlees en verse vleeswaren. Een van zijn taken was het laden van vrachtwagens met rolcontainers met kratten vlees en vleeswaren. Toen de werknemer de geladen container op de laadklep van de vrachtauto wilde rijden, is de container met de wielen tegen de laadklep aangereden en vervolgens (van de werknemer af) omgevallen. De werknemer heeft gepoogd het omvallen te voorkomen door aan de bovenzijde van de container te trekken terwijl hij met zijn voet tegen de onderzijde van de container aanduwde. Bij deze manoeuvre heeft de werknemer zijn schouders, armen en rug overbelast tengevolge waarvan hij volledig arbeidsongeschikt is geraakt. De werknemer spreekt zijn werkgever aan voor de ontstane schade.

Artikel 7:658 BW vereist in eerste instantie dat de werknemer stelt – en bij een gemotiveerde betwisting bewijst – dat hij de schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Alhoewel in het onderhavige geval is komen vast te staan dat de werknemer arbeidsongeschikt is geraakt wegens rugklachten en op enig moment een rolcontainer is omgevallen op de wijze als door de werknemer beschreven, oordeelt het Hof Amsterdam dat de werknemer onvoldoende feiten heeft gesteld waaruit kan worden afgeleid dat het aannemelijk is dat de rugklachten in causaal verband staan tot het omvallen van de container. Dit heeft te maken met het feit dat niet duidelijk is geworden wanneer het voorval precies heeft plaatsgevonden en het feit dat de werknemer na het incident nog enige weken heeft doorgewerkt. Een verklaring van de fysiotherapeut dat “de klachten van de afgelopen tijd (…) duidelijk te maken hebben met het ongeval van november 2000”, bood geen soelaas nu deze verklaring niet was onderbouwd.

Het Hof laat de werknemer niet toe tot het leveren van (nader) bewijs en passeert daarmee het bewijsaanbod van de werknemer. Aan de vervolgvraag, te weten of de werkgever heeft voldaan aan de zorgplicht, wordt alsdan niet toegekomen. In dit kader merkt het Hof nog wel op dat niet valt in te zien hoe de werkgever in het kader van haar zorgplicht redelijkerwijs had kunnen voorkomen dat de container omviel en dat de werknemer bij dat omvallen rugletsel opliep. Deze opmerking ten overvloede is mijns inziens wel erg kort door de bocht.

Kenniscentrum TNO Arbo benoemt als een van de risicogroepen in de voeding- en genotmiddelenbranche de ‘slecht rijdende rolcontainers en palletwagens en het trekken en duwen van deze transportmiddelen over een oneffen wegdek’. Medewerkers die met het transport van producten in en uit de winkel belast zijn, kunnen te maken krijgen met lichamelijk belastende werkzaamheden die tot klachten kunnen leiden; bij het rijden met rolcontainers of pallets moet vaak flink kracht worden gezet. TNO merkt op dat slecht rijdende rolcontainers en palletwagens en het moeten trekken en duwen van deze transportmiddelen over een oneffen wegdek fysiek belastende factoren vormen. Ik zal u de eenvoudige en weinig kostbare preventiemaatregelen die TNO opsomt – en die de werkgever in onderhavige kwestie niet getroffen had – besparen.

Marloes Hulstein, sectie Aansprakelijkheidsrecht, Verzekering en Letselschade
Bossche Balie Bulletin maart 2008

Terug