Twee collega’s – werkzaam bij de gemeente – bevinden zich in de pauze in een daarvoor bestemde ruimte. Aan het eind van de pauze zit collega ‘A’ met een kop koffie/thee onderuitgezakt op een stoel. Op enig moment wordt A door collega ‘B’ van achteren vastgepakt, waarbij B een soort houdgreep toepast. Dit heeft tot gevolg dat de stoel van B achterover kantelt, enige tijd op twee poten staat en A – met het volle gewicht van B aan zijn nek – in de armen van B hangt en in ademnood komt te verkeren. Aan het einde van de dag heeft A zich naar een ziekenhuis begeven en zich vervolgens ziek gemeld. Hij is tot het einde van zijn aanstelling – een periode van ongeveer 11 maanden – arbeidsongeschikt geweest. A heeft zowel B als de werkgever van beiden, de gemeente Utrecht, aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade.
De rechtbank komt aan de hand van o.a. de Kelderluik-criteria tot het oordeel dat het enkel van achteren toepassen van deze houdgreep op iemand die tijdens een pauze koffie/thee zit te drinken, vanwege het gevaarzettend karakter van die greep onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW.B had zich in de omstandigheden van dit geval behoren te onthouden van het hanteren van de door hem toegepaste houdgreep nu deze handeling een kans op zodanig letsel in het leven riep dat B daarvan had behoren af te zien. Het Hof bekrachtigt dit oordeel.
In het kader van de vraag of de gemeente aansprakelijk kan worden gehouden voor de onrechtmatige gedraging van B, komt de rechtbank tot de conclusie dat de gemeente aansprakelijk is op grond van artikel 6:170 BW. Het Hof is een andere mening toegedaan en komt tot de conclusie dat de gemeente niet aansprakelijk is. Daartoe overweegt het Hof dat de gemeente in de omstandigheden van dit geval weliswaar voldoende zeggenschap had over B en daar ook – onweersproken – gebruik van maakte, maar dat er niet gesproken kan worden van een aan B gegeven opdracht tot het verrichten van een bepaalde taak die de kans op de hier aan de orde zijnde fout van B objectief heeft vergroot. Met andere woorden: er is niet voldaan aan de ‘kanseis’ die – naast de ‘zeggenschapseis’ – als voorwaarde wordt gesteld voor het vereiste ‘functioneel verband’, zodat de gemeente niet aansprakelijk is op grond van artikel 6:170 BW.
Marloes Hulstein, sectie Aansprakelijkheidsrecht, Verzekering en Letselschade
Bossche Balie Bulletin maart 2008


